18 januari 2010 Arno van 't Hoog 76x gelezen
Redactioneel C2W 22 door Arno van ’t Hoog
De discussie over een vermeend tekort aan bèta’s speelt ook aan de andere kant van de oceaan. In de VS klagen met name ondernemers over een groeiend tekort aan gekwalificeerd personeel met een STEM-profiel, een afkorting die staat voor Science, Technology, Engineering en Mathematics. En al valt het tekort misschien nu nog wel mee, in de toekomst wordt het veel erger. Als zelfs Barack Obama pleit voor meer science teachers op de scholen, dan zal er toch echt iets aan de hand moeten zijn. De STEM-gap wordt kortom daar net zo hard beleefd als ons bètatekort.
In zo’n maatschappelijk klimaat van eensgezind gevoelde dreiging is het moeilijk om met een tegendraads onderzoeksresultaat te komen. Onderzoekers van de New Yorkse Alfred P. Sloan Foundation gaan dan ook op heel wat tenen staan met de analyse van zes longitudinale studies naar de carrières van Amerikaanse professionals met een STEM-profiel.
Want daaruit blijkt dat de aanwas van de STEM-pool de afgelopen 30 jaar constant is gebleven. En het aantal mensen dat met zo’n studie-achtergrond in een STEM-baan blijft werken, is gegroeid van ruim 30 naar ruim 40 procent. Om in systeemterminologie te blijven: het aantal STEM-pipelineverlaters is afgenomen.
Echter de top twintig procent van de collegestudenten – gemeten naar hun cijfers en studieprestaties – stroomt wel steeds sneller uit. Het toptalent verlaat de STEM-beroepen in een steeds hoger tempo. Hun aandeel halveerde van ruim 28 procent eind jaren negentig, naar bijna 14 procent in het cohort van 2000-2005. De onderzoekers verklaren die daling als het gevolg van competitie met andere sectoren die beter betalen of een beter carrièreperspectief bieden: managementbanen of jobs in de financiële sector bijvoorbeeld.
De getalenteerde cream of the class kiest dus eieren voor zijn geld. De conclusie luidt dan ook dat de bedreiging voor de Amerikaanse economie en innovatiekracht niet zozeer komt van een gebrek aan goed opgeleid personeel, maar van een gebrek aan prikkels om een bètacarrière na te streven. En het feit dat er minder wordt betaald in bètaberoepen kan op zich al worden gezien als een uiting van marktwerking: het aanbod van bèta’s is dermate groot dat het hun marktwaarde (salaris) drukt in vergelijking met andere sectoren.
De reacties in de VS op dit onderzoek zijn tamelijk voorspelbaar: afwijzend, zuur, nogal gebeten. "We gaan niet alles waarvoor we hebben gepleit opnieuw onderzoeken", stelde een vertegenwoordiger van een Amerikaanse werkgeversorganisatie. Waarschijnlijk zal het onderzoek ook hier in den lande op dezelfde wijze worden ontvangen. En toch is het interessant om eens een cohortanalyse te doen in de polder. Alleen echte bèta’s willen precies weten hoe het zit.
C2W is een uitgave van Beta Publishers.
© 2012 www.c2w.nl - alle rechten voorbehouden.