Als je plutonium-242 bestookt met kernen van calcium-48, kun je inderdaad het superzware
element nummer 114 in handen krijgen. Dat melden onderzoekers van Lawrence Berkeley National Laboratory en de University of California (Berkeley) deze week
op de website van Physical Review Letters.
Tien jaar geleden meldden wetenschappers uit Dubna (Rusland) ook al dat ze element 114 (werktitel ununquadium) hadden geproduceerd. Maar tot nu toe had nog niemand het ze nagedaan. Nu er een officiële bevestiging is, kan de
IUPAC serieus gaan nadenken over de officiële opname van element 114 in het Periodiek Systeem, net zoals dat eerder dit jaar gebeurde
met element 112 (copernicium).
Op grond van theoretische berekeningen verwachtten fysici dat element 114 relatief stabiel zou moeten zijn, in elk geval voor een superzwaar element. Dat het zo lang niet lukte om de Russische proef te reproduceren, deed sommigen al een beetje twijfelen aan die theorie.
Maar de proeven in de VS doen vermoeden dat element 114 alleen maar erg moeilijk is te maken. In de ‘
Berkeley gas-filled separator’ werden slechts twee kernen waargenomen. Maar de ene, met 114 protonen en 172 neutronen (
286114, dus) deed er maar liefst 0,1 seconde over om een afadeeltje af te stoten en daarmee in een isotoop van element 112 te veranderen. Die kern viel meteen daarna in kleine stukjes uit elkaar.
De tweede kern had een neutron meer (
287114, dus) en stootte pas na 0,5 seconde een alfadeeltje uit. Daarna kwam nog een alfadeeltje vrij zodat element 110 (darmstadtium) ontstond, dat ook weer in stukjes uit elkaar viel.
De Russen claimden indertijd
288114 en
289114. Die kernen bleven respectievelijk 2 en 30 seconden bestaan. Er is ooit gesuggereerd dat
298114 nog veel stabieler zou moeten zijn, maar hoe je dát moet maken?.
bron: Berkeley Lab