Technisch hoogstandje van Britse en Belgische labs
7 juli 2010 Arjen Dijkgraaf 0 reacties 314x gelezen
Een van de 6.000 Australische soldaten, die tijdens de Eerste Wereldoorlog vermist raakten aan het Westelijk Front, is terecht. Lab-onderzoek heeft uitgewezen dat de stoffelijke resten die in 2008 werden opgegraven bij Ploegsteert (België), hebben toebehoord aan soldaat Alan James Mather uit Inverell, New South Wales.

A.J.Mather (1879-1917)
Mather, een 37-jarige landbouwer die als vrijwilliger diende bij het Australia and New Zealand Army Corps (ANZAC), sneuvelde op 8 juni 1917 als gevolg van granaatvuur, tijdens een offensief dat bekend is geworden als de mijnenslag bij Mesen.
De stoffelijke resten werden in augustus 2008 gevonden door leden van de Europese vereniging voor Eerste-Wereldoorlogarcheologie ‘No Man’s Land’. Aan de uitrustingsstukken was nog te zien dat het een Australische infanterist moest zijn geweest, maar zijn identificatieplaatje was te ver weggeroest om nog te kunnen lezen.
Aan de hand van het tandglazuur konden onderzoekers van de K.U.Leuven echter vaststellen in welk deel van Australië de soldaat moest zijn geboren. Dat gebeurde aan de hand van de verhouding tussen de isotopen strontium-86 en strontium-87. Strontium komt het lichaam binnen via de voeding en wordt via de bloedstroom naar de botten getransporteerd, waar het wordt ingebouwd in plaats van calcium. De isotopenverhouding komt daarbij overeen met die in de voeding, die weer afhankelijk is van de grond waar die voeding op is gegroeid. En aangezien al het tandbot in de eerste levensjaren wordt gevormd, is de 87Sr/86Sr signatuur van dat bot representatief voor de plek waar iemand in de wieg gelegen heeft.
In dit geval werd een isotopenverhouding gevonden die maar op een paar plekken in New South Wales voorkomt.
De archeologen wisten nog wat meer. Gezien de sector waar de resten werden gevonden, moest de soldaat tot het 33e bataljon hebben behoord. Dat had daar maar één keer aan een offensief meegedaan dus ook de sterfdatum was bekend.
Uit de hoeveelheid munitie en granaten die de soldaat bij zich had, werd afgeleid dat hij met de hoofd-aanvalsmacht moest zijn meegekomen. Dat verkleinde het zoekgebied tot de D-compagnie.
Toen was men er nog niet, want in die compagnie zaten meerdere vrijwilligers uit dezelfde streek. Uiteindelijk liet het Australische leger DNA-monsters laten nemen van nabestaanden van alle militairen uit die groep die bij Mesen waren gesneuveld. Het DNA van een inmiddels 97 jaar oude nicht van Mather leverde uiteindelijk een 'match' op.
Op 22 juli zal hij met militaire eer worden herbegraven op Prowse Point Cemetery, een militair kerkhof in de buurt van Ploegsteert.
bron: K.U. Leuven
Alarmsignaal in borsttumor
Zwitsers zetten in op microreactoren
Quasi-quasikristallijn nanobrons
Chemie is kinderspel
EHEC-raadsel wordt steeds groter
C2W is een uitgave van Beta Publishers.
© 2012 www.c2w.nl - alle rechten voorbehouden.