Achtergrond

Octrooiaanvraag vereist voorkennis

Christian Jongeneel |
Beleid & Bedrijfsvoering, Carrière & Opleiding, R&D & Octrooien, Veiligheid & Regelgeving

Bij octrooien heeft iedere branche zijn eigenaardigheden. Op het 3i-Event op
18 april in Eindhoven belichten we onder meer IP-ontwikkelingen in de chemie en life sciences. Bij deze een voorproefje.

Vanuit onderzoeksoogpunt groeien branches als de chemie, life sciences, farmacie en voedseltechnologie naar elkaar toe. Het draait om de interactie tussen moleculen, steeds vaker in een biologische context. De grens tussen een medicijn en een gezonde voedingsstof valt niet scherp te trekken. Gezondheid en milieu spelen vrijwel altijd een rol. Wie een nieuwe interactie vindt en die wil beschermen, moet zich daarom goed afvragen in welke context hij handelt.

‘In commercieel opzicht zijn er namelijk wel grote verschillen tussen die gebieden’, zegt Eva van Wanrooij, voorzitter van de Orde van Octrooigemachtigden en IP-directeur van diervoederbedrijf Nutreco. ‘De EU heeft namelijk verschillende regels voor farma en voeding. Wanneer je iets als voeding positioneert, mag je geen enkel verband leggen met ziektebestrijding. Als je een stofje hebt gevonden met een bepaalde werking, moet je je dus goed afvragen hoe je het in de markt wilt zetten. Dat bepaalt ook de manier waarop je het gaat beschermen.’

‘Voor diervoeding heeft de EU een lijst van toegestane ingrediënten’, vervolgt Van Wanrooij. ‘Als je iets wilt gebruiken wat niet op de lijst staat, moet je een dossier opbouwen waaruit blijkt wat dat ingrediënt voor effecten heeft. Dan zit je al dicht tegen de werkwijze in de medische wereld aan. Vanwege de toenemende vraag om transparantie, kiezen bedrijven vaker voor een octrooi. Iets geheimhouden is immers vaak geen optie meer.’

Transparantie

‘Bij farmaciepatenten is het belangrijk data op te nemen in de aanvraag’, vertelt Elsie Cielen, farmaciespecialist bij het Europese Ocrooibureau in Rijswijk. ‘Omdat je octrooien vaak vroeg in het proces aanvraagt, gaat het daarbij doorgaans om resultaten van in-vitroproeven. Het is mogelijk om later, nadat bijvoorbeeld een patiëntenproef heeft plaatsgevonden, data toe te voegen, maar de plausibiliteit moet blijken uit de data die je bij de aanvraag voegt.’

Omdat bij geneeskundig onderzoek ook andere regelgeving in het geding is, speelt timing een cruciale rol. Cielen: ‘Uit het oogpunt van transparantie moet je voorafgaand aan klinische proeven het nodige openbaar maken uit het traject ervoor. Maar als dat gebeurt voordat er genoeg ondersteunende data is voor een patentaanvraag, kan die aanvraag afgewezen worden, omdat de noviteit dan bestaande kennis is geworden.’

‘Een slimme oplossing is nog geen reden voor octrooiaanvraag’

Bij geneesmiddelen gaat het uiteindelijk om een werkzaam molecuul, maar moleculen sec zijn niet octrooieerbaar als uit de aanvraag geen inventieve toepasbaarheid blijkt. Het gaat om het gebruik ervan in een bepaalde context. ‘Stel dat een molecuul bekend is als voedingsstof in de landbouw, maar ook bruikbaar blijkt als medicijn tegen hartziektes, dan is dat gebruik octrooieerbaar’, zegt Cielen. ‘Een nieuw patent kan ook toegekend worden als het later in kankertherapieën bruikbaar is. Hetzelfde geldt voor de wijze van toedienen, het doseringsregime of de combinatie met andere medicijnen.’

Om de nieuwheid van chemische verbindingen vast te stellen, bestaan speciale databases en software, die ook diverse varianten kunnen vinden – een patentaanvraag gaat vaak genoeg niet over één specifiek molecuul, maar over een verzameling verwante moleculen. Door de opkomst van gepersonaliseerde medicatie wordt ook de combinatie van medicijnen met genetische aanleg van de patiënt onderwerp van onderzoek, met als gevolg dat er octrooiaanvragen worden ingediend om de inspanningen te beschermen. Omdat dit een recente ontwikkeling is, is de jurisprudentie nog niet uitgekristalliseerd.

Nog complexer wordt het wanneer de vernieuwing bestaat uit een specifieke combinatie van stoffen. Dat kan in de farmaceutica net zo goed voorkomen als in de (dier)-voedingsindustrie. Van Wanrooij: ‘Dat kan octrooitechnisch heel ingewikkeld worden, zowel bij het aanvragen als bij het later vaststellen of een ander inbreuk op het patent heeft gemaakt. Je kijkt dan naar de samenstelling van het product, maar ook naar de manier waarop het in de markt wordt gezet. Als de aanprijzing in de folder heel erg lijkt op de gebruiksclaim uit jouw patent, kan dat een aanwijzing van inbreuk zijn.’

Kleine verbeteringen

Voordat het überhaupt tot een octrooiaanvraag komt, moet je je zich afvragen of je werkelijk iets hebt uitgevonden. Dat ligt minder voor de hand dan het lijkt, aldus Jan-Willem Goedmakers, hoofd intellectueel eigendom bij Stamicarbon, dat technologie ontwikkelt en in licentie geeft voor de ureumindustrie. ‘De meeste uitvindingen zijn kleine verbeteringen van bestaande technologie. Een ontwikkelaar denkt dan al gauw: dit ligt zo voor de hand, hier kan ik geen octrooi op aanvragen.’

Goedmakers maakte het in zijn eigen bedrijf mee. Ontwikkelaars van het bedrijf hadden bedacht dat je het vloeistofniveau in een reactor zou kunnen meten met radar. Ze waren niet eens op het idee gekomen om octrooi aan te vragen, terwijl Stamicarbon draait om de verkoop van technologie. In­middels is de radar alsnog in verschillende landen met een octrooi beschermd.

Goedmakers: ‘Je moet je afvragen: welk probleem heb ik opgelost? Heb ik die oplossing voor hetzelfde probleem eerder gezien? Gaan mijn klanten hier iets aan hebben, Is het bijvoorbeeld beter of goedkoper? Alleen dat de oplossing heel slim is, is nog geen reden om een octrooi aan te vragen. Het moet ook economisch aantrekkelijk zijn. Anderzijds moet je je niet blindstaren op het criterium dat een vondst inventief moet zijn. Dat betekent in de context van een octrooi iets anders dan in het technische taalgebruik. Daarom kan een octrooigemachtigde het beter beoordelen.’

Met de drive om vaker octrooibescherming te zoeken, omdat geheimhouden steeds minder doenbaar is, moet je niet uit het oog verliezen dat het een kostbaar en langdurig proces is, stellen de deskundigen. Als je in de chemie, life sciences, farmacie of voedseltechnologie werkt, moet je precies weten wat je wilt beschermen en waarom, voordat je het traject in gaat.

Bezoek het 3i-Event. Op 18 april spreken de geïnterviewden op het 3i-Event over Idea’s, IP & Innovation op de High Tech Campus Eindhoven. Leden van de KNCV en lezers van C2W ontvangen € 50 korting. Kijk voor meer informatie op www.3i-event.com.

 


 

Tips voor een octrooiaanvraag

  • Probeer niet alles te beschermen. Focus je op de kern van je onderneming en bescherm de kennis die dat raakt. Doe het dan wel goed.
  • Houd altijd de business case van een octrooi in de gaten. Wegen de kosten van de bescherming op tegen de opbrengsten van de technologie? Voor start-ups kan de business case erin liggen dat financiers een octrooi op de kerntechnologie eisen als voorwaarden voor een investering.
  • Verzamel dan zo veel mogelijk informatie zelf wanneer je hebt besloten een octrooi aan te vragen: data over de eigen technologie, maar ook van verwante technologieën. Hoe meer vooronderzoek je zelf doet, hoe lager de kosten van de aanvraag en hoe kleiner de kans dat die wordt afgewezen.
  • Zoek deskundige ondersteuning. Het octrooiproces is in de eerste plaats juridisch en daarna pas technisch. Met alleen technische kennis kom je er niet.
Deel deze pagina

Masterclass Business Development & Innovation in Life Sciences:
d
onderdag 26 januari in Utrecht.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van C2W.

Meld je nu aan!

Word abonnee/lid

Sluit nu een abonnement af of word lid van de KNCV en ontvang elke week het laatste nieuws, digitaal of op papier. 

Sluit nu een abonnement af!

Naar boven