Carrière & Start-ups

Vluchteling in het lab

Twaalf gevluchte academici doen onderzoek op Nederlandse universiteiten dankzij het programma Vluchtelingen in de wetenschap van de Nederlandse onderzoeksinstelling NWO, De Jonge Akademie, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF.

Drie van hen vertellen over hun nieuwe ambities in de biowetenschappen.


Vlnr: Mohammed Kassem, Ijaz Qadeer, Musa Idris.


Mohamed Kassem (40) uit Syrië

Was: neurochirurg
Onderzoek: MRI of carotid plaques for tailored treatment of stroke patients
Begeleider: Eline Kooi, hoogleraar klinische fysica, CARIM, Maastricht UMC+

‘Ik ben van het type het glas is halfvol’

‘Ik had een privékliniek in Aleppo. Die is totaal vernield, net als de rest van de stad. Mijn diploma’s worden hier niet erkend. Dat was natuurlijk een teleurstelling, maar ik ben van het type het glas is halfvol. Het belangrijkste is dat ik interessant werk heb waarmee ik mensen help. Daarom ben ik ook heel blij met deze NWO-beurs.

Wanneer je een TIA of herseninfarct hebt gehad en je halsslagader 70 à 80 % is vernauwd door artherosclerose krijg je een ingreep. Een plaque kan immers scheuren, waardoor er een bloedprop kan losschieten die een beroerte kan veroorzaken. Je krijgt dan een stent of een operatie.

Maar niet elke plaque scheurt. En scheuren ook kan gebeuren bij een vernauwing van minder dan die 70 à 80 %. Met MRI-technieken zoek ik naar de factoren, de details, die betrouwbaarder voorspellen of een vernauwing gevaar oplevert. Ik bestudeer de structuur van de plaque, en of die bijvoorbeeld bloedt.

Het onderzoek is een vervolg op mijn masteronderzoek van de opleiding biomedische wetenschappen die ik onlangs heb afgerond. Ik mocht studeren met behoud van uitkering. Dat masteronderzoek deed ik ook in de groep van hoogleraar Eline Kooi. Het is een prettige, vertrouwde omgeving.

Ik hoop dat dit onderzoeksjaar het eerste wordt van een promotietraject, dat is nu mijn doel. Het is heel ander werk dan opereren, maar dat was toen. Ik ben erg dankbaar dat ik veilig ben, en maak graag de switch naar de wetenschap waarbij mijn praktische ervaring zeker een voordeel kan zijn.

Toen de oorlog uitbrak, ben ik eerst vanuit Aleppo naar de grens met Turkije gevlucht. Daar werkte ik bijna twee jaar voor het Rode Kruis, als coördinator om de verspreiding van infectieziektes zoals polio en cholera tegen te gaan. Ik stuurde geld naar huis, maar dat bracht familie en vrienden in problemen. En zelf was ik ook niet langer veilig. Toen ben ik in een bootje gestapt. Ja, ik moet er nog regelmatig aan denken, vooral de geur komt dan terug: een diesellucht vermengd met de geur van vijftig mensen in een te kleine boot.

Wat ik mis is de mediterrane cultuur. ’s Avonds is iedereen buiten: wat eten, wat drinken, muziek luisteren. Hopelijk komt er een dag dat er vrede én democratie zijn in Syrië. Dan zou ik graag teruggaan en alle kennis die ik hier nu opdoe daar gebruiken en doceren.’


Ijaz Qadeer (48) uit Pakistan

Was: veterinair districtshoofd
Onderzoek: FAIR share: ex vivo conservation of Zebrafish models
Begeleider: Caroline Klaver, hoogleraar epidemiologie en genetica van oogziekten, Erasmus MC

‘Dit onderzoek is op mijn lijf geschreven’

‘Mijn onderzoeksproject heeft zeker raakvlakken met mijn onderzoekswerk in Pakistan. Ik ben gepromoveerd in diergeneeskunde en werkte als districtshoofd van het veterinair instituut. Als instituutsleider was ik bijvoorbeeld ook verantwoordelijk voor de opslag van waterbuffelsperma. In mijn onderzoek nu draait het om sperma van zebravissen invriezen.

Er zijn de afgelopen decennia veel genetisch gemodificeerde zebravissen gecreëerd om bepaalde menselijke aandoeningen of processen te bestuderen. Het is een hele klus om al die verschillende ‘lijnen’ in leven te houden. Het kost tijd en geld. Vandaar dat we een systeem willen opzetten om in plaats van de vissen te kweken, alleen het sperma op te slaan waarmee we weer snel de lijn kunnen opkweken. En in de toekomst mogelijk ook eitjes of embryo’s. Bij een uitbraak van een ziekte of verminderde vruchtbaarheid heb je dan altijd een back-up.

Ik vind het heel fijn om weer te werken. Ik heb veel e-mails geschreven en mensen benaderd om werk te vinden. Via-via kwam ik uiteindelijk in Rotterdam terecht. Dit onderzoek is – hoe zeggen jullie dat hier – op mijn leven, nee, op mijn líjf geschreven. Jammer dat het maar voor een jaar is. Om echt succes te boeken, is wellicht meer tijd nodig. Maar deze postdoc biedt me werk­ervaring en nieuwe contacten.

Ik behoor tot de Ahmadiyya, een stroming in de Islam die veel andere moslims in Pakistan niet als islamitisch zien. Er was altijd al sprake van discriminatie en pesterijen, maar de laatste jaren zijn er ook dreigementen, aanslagen en moorden, vooral gericht op hoogopgeleiden. In 2014 moest ik plots vluchten, de eerste mogelijkheid was een vlucht naar Amsterdam.

Nederlands leren was een hele klus. In mijn hoofd is het vaak een mengelmoes van Engels, Nederlands en mijn eigen taal. Je kunt je geboortegrond niet uitwissen, maar mijn oude leven is voorbij, dit is het nieuwe en dat moet je van vooraf aan opbouwen. Daar werk ik hard aan. Mocht ik ooit terug kunnen, dan neem ik zeker een van jullie zwartbonte koeien mee, wat een geweldige melkproductie.’


Musa Idris (31) uit Syrië

Was: student moleculaire biologie
Onderzoek: Nervous guts and their road to colorectal cancer
Begeleider: Veerle Melotte, universitair hoofddocent, Maastricht UMC+/ErasmusMC

‘Hoogleraar worden was altijd al mijn droom’

‘Ik kom uit Yarmouk, een wijk bij Damascus die eind jaren vijftig ontstond toen veel Palestijnen hun land ontvluchtten. Van daaruit vluchtte mijn familie toen de oorlog uitbrak naar een veiliger deel van de stad. Ik was toen bezig met een masteropleiding in moleculaire biologie, maar die heb ik niet kunnen afmaken. Toen twee vrienden van me werden opgepakt en doodgemarteld, wist ik dat ik weg moest. Want ook ik zette me net als hen in voor de opstand.

Via Libanon ben ik naar Turkije gegaan en daar in een boot gestapt. Bij de derde poging haalden we Griekenland en stapte ik op een vliegtuig naar Nederland. Een paspoort had ik niet als Palestijn, en daarom was ik hier een tijd stateloos. Maar inmiddels ben ik Nederlander, en heb een vrouw, een zoontje, en vrienden: Syriërs en Nederlanders. Ik ben echt gesetteld mag je wel zeggen.

Nadat ik Nederlands had geleerd, kon ik in Maastricht de masteropleiding biomedische wetenschappen volgen. Die heb ik in februari afgerond en sinds kort ben ik met het NWO-onderzoeksproject gestart. De onderzoeksfaciliteiten zijn hier echt top. Er lopen veel hoogopgeleide mensen rond van over de hele wereld, wat ook goed is voor je ontwikkeling. Mijn onderzoeksplan gaat ervan uit dat ik doorga als promovendus. Mijn droom was altijd al om hoogleraar te worden. De competitie is pittig, maar ik heb goede hoop en veel ambitie.

Mijn onderzoeksdoel is een 3D-model te maken van de darm, een minigut, een organoïde. Die zal niet alleen uit darmcellen bestaan. Bijzonder is dat we ook zenuwcellen inbouwen zoals in echte menselijke darmen. Het wordt steeds duidelijker dat die cellen, ons ‘tweede brein’, een rol kunnen spelen in darmziektes en zelfs hersenziektes. Met dit model willen we er meer over te weten komen.

Ik werk afwisselend in Rotterdam en Maastricht. In het UMC+ bij de onderzoeksgroep clinical genetics, op de Erasmus Universiteit bij de afdeling pathologie. Ik ben begonnen met een literatuurstudie om alles wat bekend is over darmmodellen te verzamelen, maar ik ben ook al bezig met de verschillende types materialen te verzamelen die ik nodig heb om het model te kunnen maken.’

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van C2W.

Meld je nu aan!

Wordt abonnee/lid

Logo KNCV

Sluit nu een abonnement af of word lid van de KNCV en ontvang elke week het laatste nieuws, digitaal of op papier. 

Sluit nu een abonnement af!