Nieuws
'De oplossing komt niet van biobrandstoffen per se'

Er is niet één magische oplossing

Alexander Duyndam & Daan Akkermans |

Het energievraagstuk maakt dat mensen zich ongemakkelijk voelen, merkt Jan van der Eijk, Group Chief Technology Officer van Shell. ‘We zijn aan de grens gekomen van wat de planeet kan dragen.’ Een zoektocht naar oplossingen.Op 8 november zal Van der Eijk op het Het Element spreken over de uitdagingen rond de energievoorziening in de toekomst.

  “Bedrijven zoals Shell, maar ook andere in de energiesector, zijn bezig met een enorm belangrijk maatschappelijk vraagstuk. Het energievraagstuk is niet terug te brengen tot de opmerking: ‘Kun je niet in een wat minder grote auto rijden?’ Energie is de basis van onze levensstandaard, maar ook essentieel voor de miljarden mensen die deze niet hebben. Het beschikbaar maken van energie op een duurzame en verantwoorde manier is een vraagstuk waar je echt je tanden in kunt zetten. Technologisch heel divers en boeiend.” Aan het woord is Jan van der Eijk (53). Hij is als group chief technology officer verantwoordelijk voor de strategische keuzes die Shell maakt met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling. Shell spendeert jaarlijks naar schatting 1,2 miljard dollar aan de ontwikkeling van nieuwe technologie.

  Van der Eijk is ooit gepromoveerd als fysisch organisch chemicus. Al in dienst van Shell won hij in 1991 de Gouden KNCV-medaille voor de beste onderzoeker werkzaam in Nederland onder de veertig. Daarna heeft Van der Eijk verschillende, meer commerciële, functies bekleed. Zo was hij verantwoordelijk voor de wereldwijde Intermediates business van Shell.  

Tijdens je lezing wil je wat harde noten kraken over energie. Welke harde waar­heden ga je vertellen?

  “De eerste harde waarheid is dat de groei van de vraag naar energie zal versnellen. De wereldbevolking gaat van 6 naar 9 miljard. Dat is gewoon een feit. Veel van die nieuwe wereldburgers zullen dichter bij onze levensstandaard willen komen. Dat zal leiden tot een sterke toename van de energievraag.

  Een tweede harde waarheid is dat, om aan deze energiebehoefte te voldoen, je het niet redt met enkel conventionele bronnen als olie en gas. Dat betekent dat je hard zult moeten werken aan het hele spectrum van de renewables om aan deze vraag te voldoen. Dat loopt van zonne- en windenergie naar geothermische en getijde-energie tot kernenergie. Hoewel de laatste natuurlijk geen renewable is. Er zal ook meer energie worden gewonnen uit niet-conventionele bronnen als gas opgesloten in laag poreus gesteente en heel zware olie uit teerzanden, leisteenlagen en kool. Met name het gebruik van deze niet-conventionele bronnen heeft als nadeel een extra hoge CO2-uitstoot.

  De derde harde waarheid is dat toenemend gebruik van conventionele fossiele bronnen leidt tot een hogere CO2-productie. Daar moeten we een oplossing voor vinden. Dan praat je al gauw over het afvangen van CO2 en dit ondergronds opslaan. Dat is het grote plaatje waar we met z’n allen naar kijken en ons ongemakkelijk over voelen.”

Hoe sta je tegenover biobrandstoffen? Is er een milieuvoordeel te halen?

  “Biobrandstoffen vormen natuurlijk maar een element in het plaatje dat ik net heb geschetst. De oplossing komt niet van biobrandstoffen per se. Biobrandstoffen is een onderwerp waar Shell zwaar op inzet, maar we zijn ons zeer bewust van alle duurzaamheidsvragen die rond biobrandstoffen te stellen zijn. Met name de competitie met voedsel baart ons zorgen. Dat heeft Shell doen besluiten de inspanningen te richten op het maken van biobrandstoffen uit landbouwafval. Dat vraagt een aanzienlijke technologische inspanning. Energie is een terrein waar het enorm belangrijk is om systeemdenken toe te passen. Je moet voorkomen dat de voortgang die we aan de ene kant boeken ergens anders verloren gaat. De opwaartse druk op de voedselprijzen is natuurlijk ongewenst. Er zijn ook biobrandstoffen waarbij het CO2-voordeel twijfelachtig is, als er bijvoorbeeld tropisch regenwoud voor wordt gekapt. Ook rond het gebruik van water en biodiversiteit spelen allerlei zaken.

  Dit is een algemeen punt: het hele energievraagstuk is een ongemakkelijk vraagstuk. Er is niet één magische oplossing die pijnvrij is, zodat we allemaal kunnen doorgaan met wat we aan het doen zijn. Elke suggestie waar je mee komt heeft ook weer nadelen. Kijk bijvoorbeeld naar hydro-energie. Zelfs daar zijn er mensen die zeggen dat het een te grote impact heeft op de natuur vanwege de enorme stuwmeren en de hoeveelheid methaan die vrijkomt als biomassa in die meren wegrot. Jouw vraag over de werkelijke duurzaamheid van biobrandstoffen moet je niet alleen stellen bij biobrandstoffen, maar komt voortdurend terug. Mijn eigen idee daarover is dat we met deze wereldbevolkingsaantallen en onze levensstijl aan de grens zijn gekomen van wat deze planeet kan dragen. Dat betreft niet alleen CO2, maar ook biodiversiteit, water et cetera. Het is een veel breder probleem.”

Waarom investeert Shell niet meer in duurzame energie? In Limburg bouwen ex-Shell mensen een zonnecellenfabriek. Is dat een gemiste kans?

  “Nee, dat is een keuze. Wij geloven dat de samenleving in de komende twintig, dertig jaar meer fossiele energie nodig heeft. Het feit dat wij ons daarop sterk richten is niet een richting die losstaat van een maatschappelijke behoefte. Wij proberen de aanwezige fossiele energie beschikbaar te maken en tegelijkertijd via CO2-opslag de milieubelasting zo veel mogelijk te beperken. Wat betreft niet-fossiele bronnen: daar hebben wij keuzes gemaakt. Wij zetten sterk in op bio-energie. Redenen zijn: bio-energie is groot, is het soort manufacturing waar Shell goed in is en sluit heel goed aan bij onze marketingposities. Wij hebben een enorme groep klanten die al jaren onze brandstoffen afnemen. Dat kanaal kunnen we natuurlijk inzetten om biobrandstoffen te marketen.

  Shell is groot. Maar, als je kijkt naar Shell in de context van de hele energie-industrie, dan vormen we toch maar een paar procent van de sector. Het is overvragen van een bedrijf, zelfs van de grootte van Shell, als het in alles moet opereren. Persoonlijk ben ik van mening dat zonne-energie een enorme toekomst tegemoet gaat. Maar ik ben er ook van overtuigd dat de technologische capaciteit die je nodig hebt om hier succesvol in te zijn maar in heel beperkte mate aansluit bij wat Shell nu kan. Dan sta je voor de keuze: ga ik dat helemaal opbouwen of richt ik me liever op een energiebron die beter aansluit bij waar we goed in zijn? Dat zijn bedrijfskeuzes. Daar heb ik geen gevoel bij van een gemiste kans.

  Het is wel zo dat als ik een lezing houd, ik deze vraag altijd krijg. Dus er is een soort verwachting dat een bedrijf als Shell alles moet doen. Ik probeer dan uit te leggen dat wij keuzes moeten maken. Wij geloven op elk terrein waar we actief zijn een maatschappelijke behoefte te adresseren. Of dat antwoord altijd overtuigt? Nou, bij jongere mensen vaak niet. Wat mij betreft heeft dat er sterk mee te maken dat de drie harde waarheden waarmee ik begon niet door iedereen geïnternaliseerd zijn. Dan zou men zeker meer begrip hebben voor ons standpunt. Iedereen hoopt toch op een pijnloze oplossing en het is aan de grote bedrijven om die uit de hoge hoed te toveren.”

Je maakt geen onderdeel uit van de lijnorganisatie. Onder­zoekers rapporteren niet direct aan jou. Je moet dus zachte overreding gebruiken wil je je doelen bereiken.

  “Eh, ja. De mate waarin ik succesvol ben is aan twee dingen gekoppeld: mijn overredingskracht en het feit dat een samenhang op bedrijfsniveau wordt nagestreefd. Zo’n dertig jaar geleden produceerden wij olie die op een open markt werd verkocht. Raffinaderijen kochten op diezelfde markt hun grondstoffen. Dan heb je twee aparte entiteiten die door de markt aan elkaar worden verbonden. Wat we nu hebben is een waardeketen waarmee alle verschillende onderdelen aan elkaar zijn gekoppeld. Als we nu een gas hebben dat we via synthesegas omzetten in een Fischer-Tropschvloeistof, die vervolgens in diesel- en smeerolieproducten moet worden verwerkt, dan zie je hoe verbonden de verschillende werelden zijn. Maar ook de natuurkunde en de chemie van ondergrondse meerfasen­stromingen zijn van belang voor raffinageprocessen omdat we een aantal stappen uit dat proces ook onder de grond kunnen doen. Iedereen binnen Shell voelt wel aan dat een goede integratie van de verschillende activiteiten nodig is. Dat maakt mijn baan doenlijk.”

Ik las dat je aan het nadenken was of het open innovatiemodel voor Shell geschikt zou zijn. Waarom zou open innovatie niet werken voor Shell?

  “Open innovatie is een algemene term, daar kun je moeilijk voor of tegen zijn. Waar het om gaat is hoe je samen wilt werken met derden. Ik onderscheid dan drie groepen: 1) kennisinstellingen als universiteiten, 2) gebruikmaken van start-up bedrijven en Venture Capital participaties et cetera en 3) engineering companies die hardwareoplossingen ontwikkelen. In de eerste plaats kunnen we niet alles zelf dus we hebben de verschillende samenwerkingen hard nodig. Ik ben erg aan het kijken hoe we dat zo professioneel mogelijk kunnen doen. Traditioneel had Shell hier weinig aandacht voor. Van huis uit ontwikkelden we alles zelf en implementeerden we de technieken ook zelf. Dat is niet meer mogelijk. We zijn dus later dan bijvoorbeeld de softwareindustrie op een punt gekomen dat het essentieel is om zo professioneel mogelijk met derden samen te werken. Waar Shell nog een stap kan maken, is het werken met universiteiten. Op het moment zijn er heel veel contacten en contracten met universiteiten over de hele wereld, vaak als gevolg van een directe relatie tussen een medewerker en een hoogleraar. Ik vind dat we moeten streven naar meer strategische samenwerkingen voor meerdere jaren met een beperkt aantal universiteiten over een breder front van onderwerpen. Dat vereist dat wij heel goed weten wat onze strategische keuzes zijn. Je moet ook universiteiten vinden die hierin geïnteresseerd zijn. Ik vind het een heel boeiend iets om een dergelijke portefeuille van strategische allianties te ontwikkelen en dat zo te doen dat het voor beide partijen zinvol is. Je moet zeker niet naar een universiteit gaan om iets te outsourcen omdat je denkt dat zij iets goedkoop voor je kunnen doen.”

Het klinkt wel heel erg als een beheersmodel. Onderzoek heeft toch ook iets grilligs en onverwachts, juist als het gaat om echte doorbraken.

  “Dat is een goed punt. Innovatie en ontwikkeling van early leads hebben inderdaad een element van onbeheersbaarheid, daar ben ik me van bewust. Je kunt niet alles vangen in grote concepten en contracten. Waar ik wel in geloof is dat je innovatieve onderzoekers en wetenschappers kunt prikkelen door ze een speelveld aan te geven. Dat je zegt: dit zijn interessante maatschappelijke vragen waarvoor wij op zoek zijn naar een antwoord. In het algemeen is het zo dat als je mensen een vergezicht kan laten zien en aangeeft wat de breedte van je belangstelling is en wat er dus buiten valt, je toch meer kans hebt dat de ideeën waar mensen mee komen inpasbaar zijn in wat wij doen. Voor de mensen moet het toch ook bevredigend zijn dat hun idee wordt opgepakt. Een veld dat ik binnen dit bedrijf sterk bevorder is de versterking van de responsible energy. Denk hierbij aan het managen van waterstromen, waterbeslag, emissies, impact op ecosystemen en het gebruik van schaarse metalen. Dit is een veld waar Shell heel erg in geïnteresseerd is. Bovendien zijn dit mooie onderwerpen die iedereen helpen als er vooruitgang in wordt geboekt.”

FEITELIJK

Jan van der Eijk

2006 Group Chief Technology Officer Shell

2005 Vice President Customer Services & Intermediates Shell Chemicals

2003 Executive Vice President Technology Shell Chemicals

1991 KNCV Gouden Medaille

1980 Research Scientist Shell

Bron: C2W20, 27 oktober 2007

Deel deze pagina
Ontvang de nieuwsbrief

Meld je aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van C2W.

Meld je nu aan!

Word abonnee/lid

Sluit nu een abonnement af of word lid van de KNCV en ontvang elke week het laatste nieuws, digitaal of op papier. 

Sluit nu een abonnement af!

Naar boven