Nieuws

Knokken voor een werkplek

Harmen Kamminga | vrijdag 27 maart 2009

De forensische opleidingen zitten stampvol studenten. het is de vraag waar die straks allemaal terechtkunnen. ‘in het verenigd Koninkrijk vindt nu zo’n 7 procent van de afgestudeerden werk in het forensisch veld.’

“Voorheen was het geringe aantal studenten een probleem bij onze chemie­opleiding”, herinnert Ed Schreuter, teamleider van de opleiding chemie bij Saxion Hogeschool in Enschede, zich. “Dit jaar hebben we met 103 nieuwe eerstejaars een capaciteitsprobleem.” Zozeer zelfs dat het volgende studiejaar het aantal nieuwe studenten dat Saxion bij de studieroute crime science aanneemt aan een maximum gebonden is.

  Forensisch onderzoek is hot. CSI: Crime Scene Investigation is al jaren de best bekeken Amerikaanse televisieserie in Nederland. Tot 2005 waren de opleidingsmogelijkheden voor techneuten in de forensica zeer beperkt. Voor een gedegen forensische studie in Europa moest je in Lausanne of Glasgow zijn. Opleidingstrajecten in Nederland waren grotendeels voorbehouden aan politiemensen die zich na de nodige werkervaring via de politieacademie verder lieten scholen tot technisch rechercheur. En zijinstroom van ‘burger’­hbo’ers en academici aan de Politieacademie is nog altijd schaars.

  Ontwikkelingen in de opsporingstechniek, en ook de veranderde beeldvorming door televisieseries als CSI en het toenemende belang van technisch bewijs in geruchtmakende strafzaken in de media, brachten politie en justitie, politiek en publiek in beweging. Het onderwijs speelde daarop in.

300 studenten

  In 2005 startten de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) in samenspraak met het NFI en de Politieacademie als eerste forensische opleidingen. Ze boden respectievelijk een 4­jarige voltijdse opleiding forensisch onderzoek en een 2­jarige onderzoeksmaster forensic science aan. De nieuwe opleidingen waren meteen een hit. Het eerste jaar meldden zich bij de Hogeschool 300 studenten aan voor zeventig plekken, terwijl de UvA 33 masterstudenten bij forensic science inschreef.

  Het jaar daarop gingen Hogeschool Saxion in Enschede binnen de opleiding chemie van start met de studieroute crime science, de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL) in samenwerking met VanHall Larenstein met het studieprogramma forensic sciences binnen de biotechnologieopleiding en Avans Hogeschool in Breda met de specialisatie forensisch onderzoek bij de opleidingen biologie, medisch laboratorium onderzoek en chemie.

  De opleidingen in Leeuwarden en Breda zijn brede laboratoriumopleidingen met de mogelijkheid tot enige forensische specialisatie. Amsterdam biedt naast de academische master tot forensisch wetenschapper een vooral op de plaats delict gerichte hbo­opleiding en Enschede lijkt tussen Leeuwarden, Breda en Amsterdam in te zitten. Genoemde opleidingen en richtingen samen herbergen nu een paar honderd ‘forensische’ studenten.

Spin-off

  De onderwijsinstellingen zijn vanzelfsprekend blij met de ongekende belangstelling bij studenten voor deze tak van life sciences. “Deze ontwikkeling geeft zonder twijfel spin­off naar de rest van de bètatechniek, en dat is van harte toe te juichen”, meent Schreuter van Hogeschool Saxion. “Je haalt er mensen mee binnen die anders wellicht niet voor chemie zouden hebben gekozen. Zo zijn bij ons dit jaar drie studenten van crime science overgestapt naar chemie. Omdat ze gedurende de opleiding chemie meer hebben leren waarderen en zich zijn gaan verdiepen in het werkgelegenheidsperspectief.”

  Want in dat werkgelegenheidsperspectief lijkt hem vooralsnog de crux te zitten. Het is misschien wat voorbarig, want er zijn nog nauwelijks tot geen afgestudeerden, maar het ziet ernaar uit dat over enkele jaren het aantal nieuwe forensische onderzoekers het potentiële aantal banen in ‘het forensische veld’ ruimschoots zal overschrijden.

  Dat verwacht ook Hans Alta, opleidingsmanager forensisch onderzoek bij de Hogeschool van Amsterdam. “Voordat we van start gingen met onze opleiding hebben we een arbeidsmarktonderzoek uitgevoerd onder de belangrijkste potentiële werkgevers voor forensisch onderzoekers. Daaruit kwam naar voren dat er een behoefte van jaarlijks vijftig nieuwe mensen is te verwachten. De komende jaren zal alleen onze opleiding al grotendeels in die vraag kunnen voorzien.”

Tot de helft

  Henk Leijenhorst, programmadirecteur van de master forensic science bij de UvA, schat dat nu een derde tot de helft van de aan de UvA afgestudeerde forensic scientists een baan vindt in het forensische veld. “Het is nog onzeker hoe de arbeidsmarkt zal reageren wanneer er de komende paar jaar grotere aantallen forensisch specialisten verschijnen, maar vooralsnog lijkt de forensische arbeidsmarkt klein, onontgonnen en nogal hardnekkig. Al zijn sommige instanties waarmee onze studenten nu via stages contact hebben heel positief.”

  Leijenhorst bespeurt vooral bij de politie het nodige enthousiasme. Het is echter maar de vraag of de politie met haar niet al te riante beloning en dito carrièreperspectief zo’n interessante werkgever is voor hoogopgeleiden.

  Een gespecialiseerde instelling als het NFI stelt daarentegen zeer hoge eisen aan haar specialisten, waarvoor de ‘basisvorming’ van een universitaire master niet zonder meer volstaat. Leijenhorst wijst voor de komende jaren dan ook nadrukkelijk op promotieonderzoek aan de universiteit zelf als werkgelegenheid voor zijn forensic scientists. Dat moet voor de nieuwe studierichting echter nog goeddeels worden opgestart.

  In theorie zouden forensisch analisten emplooi kunnen vinden in gespecialiseerde forensische expertisebureaus en in advisering aan de advocatuur, verzekeringsmaatschappijen, brandweer en andere veiligheidsdiensten. Ook die markten staan echter nog in de kinderschoenen. “Dat zal zich wellicht meer gaan ontwikkelen, maar daar gaan jaren overheen”, meent Leijenhorst. “De eerstkomende jaren zullen de opleidingen naar verhouding veel te veel afgestudeerden afleveren. Het Verenigd Koninkrijk is ons voorgegaan. Daar is het aantal forensische opleidingen in een paar jaar tijd van één naar tachtig gegroeid en vindt nu ongeveer 7 procent van de afgestudeerden daadwerkelijk werk in het forensisch veld.”

  Ton Broeders, hoogleraar Criminalistiek aan de Universiteit Maastricht en directeur van het daar in 2008 nieuw opgerichte forensisch instituut TMFI, pleit daarom voor een voldoende brede opleiding van forensisch analisten en aanverwante specialisten. “In Engeland leek het wel alsof de opleidingen door het bordje ‘Life Science’ aan de gevel te vervangen door ‘Crime Science’ ineens vele malen meer studenten binnenhaalden. Dat is best een mooi effect, maar die mensen verdienen wel een goede opleiding met voldoende perspectief op werk. Je kunt je in de opleiding niet exclusief richten op het forensische veld, want dat kan al die mensen nooit opnemen.”

Bron: C2W6, 28 maart 2009

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van C2W.

Meld je nu aan!

Wordt abonnee/lid

Logo KNCV

Sluit nu een abonnement af of word lid van de KNCV en ontvang elke week het laatste nieuws, digitaal of op papier. 

Sluit nu een abonnement af!