Nieuws

Nieuw doel(ei)wit voor immunotherapie

Arjen Dijkgraaf |
Celbiologie, Medicijnen & Drugs, Proteomics

Immunotherapie tegen kanker maakt mogelijk veel meer kans als je tegelijk een membraaneiwit genaamd CMTM6 blokkeert. Dat eiwit blijkt namelijk het meest populaire doelwit van die therapie te stabiliseren, schrijven Ton Schumacher en collega’s van het Nederlands Kankerinstituut (NKI) deze week in Nature.

In een tweede publicatie in hetzelfde nummer concludeert een Australisch team precies hetzelfde.

Dat doelwit heet PD-L1, voluit programmed death-ligand 1. Het is eveneens een membraaneiwit, dat voorkomt op het oppervlak van heel veel verschillende tumorcellen. Het leidt daar T-cellen van het immuunsysteem af door hun beschermingsmechanisme tegen autoimmuunreacties te misbruiken. Naar schatting lopen er momenteel zo’n 800 klinische studies naar antilichamen die dit mechanisme moeten blokkeren om zo de effectiviteit van immunotherapie te verhogen, en een paar van zulke producten zijn al in de handel..

Tot nu toe werd algemeen aangenomen dat PD-L1 zelfstandig werkt. Maar Schumacher en collega’s hebben nu ontdekt dat het hulp krijgt van CMTM6, voluit CKLF-like MARVEL transmembrane domain containing family member 6, waarbij CKLF staat voor chemokine-like factor.

Die naam verraadt al dat men tot nu toe alleen wist hoe het er ongeveer uit zag, en geen idee had waar het voor diende. Een 3D-structuur is nog niet bekend. De afbeelding toont cellen waarop CMTM6 groen is ingekleurd - we konden niets beters vinden.

Maar schakel je in een celkweekje het gen voor CMTM6 uit, dan zie je ook veel minder PD-L1 op de celoppervlakken. En schakel je het niet uit, dan drijven beide eiwitten vooral naast elkaar in het celmembraan.

Nader onderzoek suggereert dat CMTM6 niet de productie van PD-L1 verhoogt, maar het stabiliseert en zo de levensduur verlengt. Een nauw verwant eiwit genaamd CMTM4 blijkt hetzelfde te kunnen, maar speelt zo te zien bij veel minder tumoren een rol; andere leden van de CMTM-familie vertonen  het effect niet.

Het betekent op zijn minst dat de hoeveelheid CMTM4/6, die door een specifieke tumor wordt geproduceerd, iets kan zeggen over de kans dat immunotherapie aanslaat. Schumacher en collega’s onderzoeken dit momenteel bij patiënten die al PD-L1-blokkers krijgen. Maar ze zijn ook benieuwd  of je niet beter CMTM6 kunt blokkeren dan PD-L1, of dat je het misschien wel allebei tegelijk moet doen.

Waarbij natuurlijk nog wel de vraag moet worden beantwoord of de bescherming van PD-L1 echt de enige functie van CMTM6 is, of dat je het toch niet straffeloos kunt blokkeren.

bron: NKI-AVL

Deel deze pagina
Ontvang de nieuwsbrief

Meld je aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van C2W.

Meld je nu aan!

Word abonnee/lid

Sluit nu een abonnement af of word lid van de KNCV en ontvang elke week het laatste nieuws, digitaal of op papier. 

Sluit nu een abonnement af!

Naar boven