Nieuws

Zorgen om Indiase variant

De Indiase variant van het coronavirus verdringt de Engelse variant in grote delen van India. Wetenschappers zijn bezorgd, maar het is onduidelijk of dit ‘pas het begin is’, of dat het kleine varianten zijn met beperkte invloed op een gevaccineerde samenleving.

Dát SARS-CoV-2 zou gaan muteren, was wetenschappers meteen al duidelijk. Hoe snel, hoe ernstig en wat de gevolgen zouden zijn, was echter lang gissen. Met de Braziliaanse, Zuid-Afrikaanse en Engelse varianten kregen we een voorproefje van waar het virus toe in staat blijkt, en momenteel krijgt India de volle laag van nieuwe mutanten met onvoorspelbare gevolgen. Wetenschappers proberen grip te krijgen op de grote vraag: is dit pas het begin, of krijgen we ook de varianten eronder met de huidige vaccins? In een zeer toegankelijk filmpje van 13 april legt Nature uit hoe de varianten ontstaan, hoe SARS-CoV-2 zich hierin verhoudt tot andere virussen en waarom het belangrijk is hier zicht op te houden.

Triomf

Wetenschappers deden op basis van structuuranalyses al in een vroeg stadium van de pandemie voorspellingen waar het virus zou gaan muteren: bijvoorbeeld precies daar waar de spikes nét niet lekker passen op de ACE2-receptor, die het virus gebruikt als landingsplaats. Het was een kleine wetenschappelijke triomf dat eind vorig jaar bleek dat de Engelse variant inderdaad precies daar was gemuteerd waar de structuurbiologen dat hadden voorspeld: er zat een tyrosine op de plek van een asparagine op plek 501 in het spike-eiwit, een verandering die bekend staat als N501Y.

De mutatie is niet uniek, maar één van een groter aantal mutaties die allemaal een subtiel effect hebben op de vorm van de spike-eiwitten en hun vaardigheid om te binden aan de ACE2-receptor. Hoezeer de ene mutatie de andere beïnvloedt, is veel lastiger te bepalen dan je zou denken en vergt al snel rekenkracht van het formaat supercomputer. De New York Times doet een even fraaie als indrukwekkende poging enig overzicht te geven en houdt de belangrijkste mutaties bij in hun Coronavirus Variant Tracker.

Het wordt nog ingewikkelder als de ene variant mutaties oppikt die eerder als kenmerkend golden voor de andere variant. Inmiddels waren er in Nederland verschillende van dergelijke ‘varianten van varianten’ rond. ‘Het lijkt erop dat het virus in het nauw zit’, concludeerde RIVM-viroloog Chantal Reusken op 16 februari in De Volkskrant. Omdat meer mensen beschermd zijn tegen het virus, neemt de selectiedruk toe en zullen virussen die enigszins aan die immuniteit kunnen ontsnappen, zich meer verspreiden binnen de populatie.

Variant B.1.617

Een Nature-nieuwsbericht van 11 mei belicht de situatie in India en probeert die te plaatsen in het grotere plaatje dat draait om de vraag hoe veel erger het kan worden. India dacht lang de dans te ontspringen, maar heeft nu te maken met waarschijnlijk de zwaarste besmettingsgolf die tot op heden is gezien: op 9 mei registreerde India meer dan 400.000 besmettingen. De matige gezondheidszorg en hoge bevolkingsdichtheid spelen natuurlijk een rol, maar wetenschappers hebben inmiddels ook een variant geïdentificeerd die verantwoordelijk wordt gehouden voor die groei: B.1.617 liet in een paar weken B.1.1.7 – de Engelse variant – zijn hielen zien en is inmiddels dominant in de regio. Tegenhouden is een illusie: B.1.617 is inmiddels in veertig verschillende landen waargenomen.

De voorspellingen over deze ‘Indiase variant’ zijn vooralsnog vooral gebaseerd op epidemiologische data – die gekleurd kan worden door sociale factoren als feestdagen en toegenomen beweging – en op serumtests in labomgevingen. Wetenschappers zijn dan ook vooralsnog voorzichtig in hun uitspraken, Nature tekent niettemin alarmerende uitspaken op uit hun mond: ‘the data is suggesting that it has better fitness over other variants’ en ‘it is highly likely to be more transmissible’.

Minder effectief

Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de variant tot ernstiger ziekteverloop leidt en mogelijk beter in staat is het immuunsysteem te omzeilen. Een Duitse studie liet zien dat antilichamen 50% minder effectief waren tegen B.1.617, een Indiase studie concludeert zelfs een teruggang in effectiviteit van 80%. Andere Indiase onderzoekers beschrijven vijftien personen die na vaccinatie met Covishield – een Indiase versie van het Oxford-AstraZeneca-vaccin – een tweede keer geïnfecteerd waren geraakt, in de meeste gevallen met B.1.617.

Het zijn alarmerende berichten en mogelijk inderdaad ‘pas het begin’, zoals sommige onderzoekers denken. Niettemin plaatst Nature ook de nodige nuances: de meeste data rond B.1.617 is vooral in labomgevingen verkregen en uit eerdere studies naar andere mutaties bleek dat dat niet altijd een goede afspiegeling is van de realiteit. En één gegeven blijft vooralsnog overeind: zelfs als vaccinatie een tweede infectie niet altijd kan voorkomen, is het duidelijk dat in het overgrote deel van de gevallen de infectie veel minder ernstig verloopt en het tot veel minder IC-opnames leidt.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van C2W.

Meld je nu aan!

C2W Social Media

Logo Twitter

Logo Linkedin

Wordt abonnee/lid

Logo KNCV

Sluit nu een abonnement af of word lid van de KNCV en ontvang elke week het laatste nieuws, digitaal of op papier. 

Sluit nu een abonnement af!