Branded content

Bewust van veiligheid

Met nieuwe apparatuur helpt Denios laboratoria om te gaan met gevaarlijke stoffen. Maar ook de gebruiker moet een handje helpen.

Op een chemisch laboratorium werk je regelmatig met stoffen die je liever niet inademt of op je huid krijgt. Maar als je deze chemicaliën al tientallen keren zonder problemen hebt gebruikt, denk je misschien dat er niet meer zoveel mis kan gaan. Dat kan nog wel eens tegenvallen, merkt Peter van Doesum, ceo van Denios: ‘Mensen werken vaak op de automatische piloot en denken dat ze wel wat risico kunnen nemen. Als het dan wel een keer mis gaat, zijn de gevolgen heel vervelend.’

Psychologische afzuiging

Met een scala aan nieuwe technieken en veiligere apparatuur probeert Denios daarom zo veel mogelijk risico’s uit te bannen. Zo kan de zuurkast een stuk veiliger: ‘Een zuurkast is een fantastisch product’, zegt Van Doesum. ‘Maar de techniek erachter is al honderd jaar hetzelfde. Als je het raam meer dan 40 cm opent, werkt de afzuiging gewoon onvoldoende.’ En in de praktijk staat het raam vaak verder open, bijvoorbeeld terwijl je iets aan je reactie toevoegt. ‘Juist op die momenten wil je eventuele stofdeeltjes of dampen afzuigen, maar dat gebeurt niet. Je hoort de kast alleen nog wel werken, dat noem ik psychologische afzuiging.’

'De mens is eigenlijk het grootste gevaar'

Een nieuwe manier van afzuigen zou een deel van de problemen oplossen. ‘Wij hebben een systeem dat zowel blaast als afzuigt, en daar heb je in principe geen raam bij nodig’, vertelt Van Doesum. Maar dan ben je als medewerker natuurlijk niet beschermd als je reactie gaat spetteren. Daarom zouden we het hele concept van de zuurkast moeten omgooien, filosofeert Van Doesum: ‘Waarom maken we geen zuurkast met een raam van zo’n 40 cm breed dat van links naar rechts beweegt? Dan bescherm je je lichaam en gezicht, maar je kunt er wel met je armen makkelijk omheen om je opstelling aan te passen of iets toe te voegen.’
Natuurlijk kan er ook met zo’n raam nog steeds iets uit je zuurkast spetteren. ‘Je kunt nooit 100 % veiligheid garanderen, je moet altijd een compromis vinden omdat het wel werkbaar moet blijven’, zegt Van Doesum. Voor de gevaarlijkste stoffen raadt hij dan ook aan om handschoenenkasten te gebruiken: ‘Die handschoenenkasten werken niet heel prettig, maar zijn wel veilig. Ik kan luchttechnische systemen aanbieden die 99,99 % veiligheid garanderen, maar sommige stoffen zijn zo giftig dat je geen enkel risico wil lopen.’

Maar niet voor alle sectoren zijn handschoenenkasten een optie. Zo is Denios ook actief in de voedingsmiddelenindustrie. ‘Vroeger werkten we vooral met fabrikanten van geur- en smaakstoffen’, vertelt Van Doesum. ‘Dit zijn vaak licht ontvlambare materialen met bijvoorbeeld een hoog alcoholgehalte. Daarnaast werken ze ook met agressieve schoonmaakmiddelen om de installaties schoon te houden. Wij zorgden ervoor dat ze al die stoffen veilig konden opslaan en er ook veilig mee konden werken.’

Meestal gaat het goed

De laatste jaren ziet Van Doesum wel een verandering in deze industrie. ‘Vroeger beschermden we de mens tegen de risico’s van de stoffen waar hij mee moest werken, maar tegenwoordig beschermen we ook het product.’ En dat is eigenlijk ook heel logisch als het aan de ceo ligt: ‘Wij pakken al die producten zo uit en stoppen het in onze mond, zonder na te denken waarmee het in aanraking is geweest. Het gaat meestal goed, maar je moet er niet aan denken wat er gebeurt als een fabrikant een bierflesje niet goed schoonmaakt voor hij hem opnieuw vult.’

Het gaat dus om hygiëne en veiligheid, maar ook om de houdbaarheid van goederen. ‘De consument wil lang houdbare producten, het liefst zonder conserveringsmiddelen en smaakstoffen’, zegt Van Doesum. ‘Dan moet je als producent zorgen dat je heel schoon produceert en er niks bij je product komt dat de houdbaarheid kan beïnvloeden.’ Met de hulp van nieuwe technieken en slimme luchttechnische toepassingen lijken bedrijven dit steeds beter voor elkaar te krijgen. ‘Als je het aan mij vraag zien we over twintig jaar veel volledig afgesloten productieprocessen’, vertelt Van Doesum. ‘Aan de ene kant gooi je de grondstoffen in een buis en het product komt er aan de andere kant weer uit.’ Dit soort processen bestaan al wel, maar zijn op dit moment nog duur. Toch zal het op termijn volgens hem wel uit kunnen om op deze investeringen te doen: ‘Je slaat twee veiligheidsvliegen in een klap, want de werknemers komen dan ook niet meer in aanraking met de stoffen die je gebruikt.’

Risico van de gebruiker

Hoe veilig en afgesloten je het systeem ook ontwerpt, één factor heb je nooit echt in de hand: de gebruiker. ‘De mens is eigenlijk het grootste gevaar’, zegt Van Doesum. ‘Als iemand niet volgens de voorschriften wil werken dan houdt het op een gegeven moment op. Maar het kan ook aan de werkgever liggen, die bijvoorbeeld niet de juiste voorzieningen treft of zo’n druk oplegt dat de werknemers wel risico’s moeten nemen.’

Daarom zet Denios ook in op het bewustzijn bij laboratoriummedewerkers: ‘Wij willen natuurlijk spullen verkopen om het lab veiliger te maken, maar we geven ook informatie aan de mensen die onze producten gebruiken. We doen risicoinventarisaties en geven een passend advies, en dat waarderen onze klanten enorm.’ Toch valt er nog veel winst te behalen. ‘Ik was onlangs nog op een laboratorium waar mensen al twintig jaar in de dampen van oplosmiddelen werken’, zegt Van Doesum. ‘Je zou denken dat iedereen die risico’s wel kende. Maar blijkbaar hebben wij nog echt wat werk te verzetten.’

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met onze partner Denios.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van C2W.

Meld je nu aan!

Wordt abonnee/lid

Logo KNCV

Sluit nu een abonnement af of word lid van de KNCV en ontvang elke week het laatste nieuws, digitaal of op papier. 

Sluit nu een abonnement af!