Branded content

Daling van bestrijdingsmiddelen overheid

Advertorial | maandag 10 februari 2020

Nederlandse overheidsinstellingen, zoals de gemeenten, ProRail en Rijkswaterstaat, hebben in 2018 ongeveer 82% minder bestrijdingsmiddelen gebruikt dan de vijf jaren ervoor.

Dit blijkt uit onderzoek van het CBS. In 2013 werd er in totaal 25 duizend kilogram aan bestrijdingsmiddelen gebruikt. In 2018 bedroeg dit nog maar 5 duizend kilogram. Net als het dalen van het verbruik van energie, is het belangrijk voor het milieu dat er minder van dergelijke bestrijdingsmiddelen worden ingezet.

Wijziging wetgeving belangrijkste oorzaak van daling

De overheid heeft in 2017 een belangrijke wijziging doorgevoerd in het ‘Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden’. Hierin is opgenomen dat er geen chemische bestrijdingsmiddelen meer gebruikt mogen worden op verhardingen, zoals stoepen, straten en in de groenvoorziening. Er mogen alleen nog chemische reinigingsmiddelen ingezet worden voor onderhoudswerkzaamheden op het spoor. Denk hierbij aan het onkruidvrij houden van spoorbanen en rangeerterreinen. In 2018 bedroeg dit aandeel 69%. In totaal werd er in 2018 ongeveer 250 kilogram aan gewasbeschermingsmiddelen voor dit doel ingezet, dat is 16% minder dan in 2013. Toen werd er nog 3.850 kilogram gebruikt. Spoorbeheerders gebruiken voornamelijk de bestrijdingsmiddelen: glyfosaat (Roundup), MCPA en 2,4D.

Glyfosaat en Eikenprocessierups

Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) liet in 2015 weten dat glyfosaat waarschijnlijk kankerverwekkend is voor mensen. Daarom heeft Duitsland dit omstreden bestrijdingsmiddel verboden. In Nederland is het gebruik van glyfosaat sinds 2013 met bijna 90% afgenomen. In 2013 werd 19.307 kilo van dit middel ingezet, toen er nog chemische bestrijdingsmiddelen ingezet mochten worden op verhardingen. In 2018 is het gebruik afgenomen tot 2.219 kilogram. Gemeenten gebruikten in 2018 glyfosaat (307 kilo) vooral voor de bestrijding van exotische plantensoorten zoals de Japanse duizendknoop (112 kilo) en de Amerikaanse vogelkers (147 kilo). Overheden mogen onder beperkte voorwaarden gewasbeschermingsmiddelen toepassen om de eikenprocessierups te bestrijden. Al sinds 1991 heeft ons land te kampen met eikenprocessierups-plagen. Waarschijnlijk heeft dit met Klimaatverandering te maken, want deze rupsen zijn gek op warm weer. In 2018 werd er 315 kilogram van een microbiologisch bestrijdingsmiddel ingezet om deze rupsen te bestrijden.

Alternatieven voor chemische bestrijdingsmiddelen

Aangezien het gebruik van chemische onkruidbestrijding is verboden, worden er steeds vaker alternatieve bestrijdingsmiddelen ingezet. Op dit moment wordt er op bijna 60 duizend hectare grond gebruikgemaakt van alternatieve middelen. Dat is bijna anderhalf keer zoveel als in 2013. Hierbij kan men denken aan methoden zoals borstelen of branden. Ook wordt er steeds meer onkruid bestreden met heet water en stoom. Door middel van sensorsturing kan dat steeds preciezer.