Verenigingen

Onderwijsperikelen

KVCV |
Carrière & Opleiding

Arsène Lepoivre maakt zich zorgen over ontwikkelingen in het chemie-onderwijs.

In 2002 zat ik in de visitatiecommissie ‘scheikunde-biochemie’ voor de opleidingen aan de Vlaamse universiteiten. De globale beoordelingen waren goed tot zeer goed, zeker wat betreft het wetenschappelijk onderzoek. Uit het eindrapport pluk ik enkele pijnpunten aangaande de onderwijsopleiding. Zo halveerde het aantal afgeleverde diploma’s licentiaten in de chemie vanaf de tachtiger jaren, met een dieptepunt rond 1990. Het blijft actueel bedroevend laag. Samen met de opsplitsing in chemie en biochemie vanaf de licentiaats­jaren, werd het aantal potentiële kandidaten leraren chemie minimaal.

Slechts weinigen kiezen de keuzevakken voor de lerarenopleiding. Het aantal uren voor die vakken is klein en de voorziene uren lesstage minimaal. Het lessenpakket is slechts een bijvoegsel aan de normale licentiaatsvakken. Alleen aan de UAntwerpen en de Vrije Universiteit Brussel stond in een recent verleden nog het vak geschiedenis van de wetenschap op het programma. De adviescommissie benadrukte het belang van dit vak en betreurt derhalve dat het nu is afgevoerd.

Vernieuwingsdrang

De adviezen uit 2002 over de kandidatuur/licentiaat-opleiding zijn kort daarop grotendeels overruled door de vernieuwingsdrang in de oplei­ding naar bachelors en masters. Dit resulteerde in een lange lijst aan specialisatievakken, doch evenzeer in een update naar de optie onderwijs. In de twee jaren voor de masteropleiding zitten actueel aan de UAntwerpen voor onderwijs 30 van de 120 studiepunten, waarvan 3 punten projectstage, 3 punten instapstage en 3 punten inleefstage. De overige 90 punten blijven dezelfde als voor de gewone masters, dit om de keuze naar een verder doctoraatswerk niet te hypothekeren. Het resultaat is dat tot vorig jaar bijna niemand deze lerarenoptie aan de UAntwerpen koos.

De tekorten aan leraren zijn schrijnend geworden. Ook de kwaliteit is sterk aangetast, voornamelijk dan wegens noodoplossingen in het geven van vakken waarvoor mensen niet de juiste kwalificatie bezitten. Ik werkte een tijd mee in een centrum voor bijscholing van leraren scheikunde en stelde toen vast hoe broodnodig het is om leraren met heel weinig praktijkervaring de eenvoudigste proefjes aan te leren. De alarmbel is nu tot in de hogere regionen doorgeklonken.

Educatieve master

Volgens de plannen van minister Crevits zou vanaf het academiejaar 2019-2020 het beroep van leraar worden opgewaardeerd door een programma voor een educatieve master. Al naargelang de studierichting zouden hiervoor 90 of 120 studiepunten worden voorzien, afhankelijk van de domeinkeuze. Details heb ik nog niet, maar in het bijkomende commentaar staat dat door de extra punten de totale studieduur ‘iets’ langer kan worden, onder meer ook door de mogelijkheid om een bijkomende profileringsstage te volgen. Dit wil zeggen dat je naast je eigen specifieke vak nog een extra vak kan bijnemen, te kiezen uit onder meer de zogenoemde STEM.

Persoonlijk lijkt mij vijf jaar vrij lang voor een lerarenopleiding. Vooral ook omdat de voorziene stages toch beperkt blijven. De zogenaamde opwaardering van het beroep door de gespecialiseerde bagage kan ook een overbodige ballast betekenen voor het aanbrengen van de basischemie in het secundair onderwijs. Ik heb bij dit alles een ‘ivoren­-torengevoel’.

En, hoera, een vak history of science and society zal opnieuw tot leven worden geroepen. Hopelijk vindt men hiervoor nog een bekwaam iemand, zo mogelijk ook met enige kennis van chemie.

Blijven de actueel alternatieve instroomroutes voor leraren bestaan? Nu kun je nog via bijscholing aan een Centrum voor Volwassenonderwijs nog een diploma verkrijgen om in de lagere graden van het secundair les te geven. Ook in de huidige bachelor kun je al kiezen voor onderwijs en is lesgeven in de lagere cyclus mogelijk. Onze regenten van weleer hebben hun stiel geleerd voor de klas en daaraan heb ik de beste herinneringen.

Enkele bedenkingen

Met de huidige plannen moeten wij nog enkele jaren wachten op het hooggekwalificeerde leraarstype. En gelet op de heel beperkte instroom in de studierichting wetenschappen kan dit weinig zoden aan de dijk brengen. Of zou een extra-verloning hier een spreekwoordelijke wortel kunnen zijn?
De leuke initiatieven voor leerlingen, zoals bezoekjes aan labs of Technopolis, blijven maar speelse activiteiten, alle inspanningen ten spijt. Zijn onze leerlingen niet op een ernstiger manier aan te pakken, bijvoorbeeld door tv-voorstellingen in de klas uit de rijke keuze van wetenschappelijke programma’s? Scherp hun aandacht door ze spreekbeurten over actuele wetenschapsthema’s te laten geven.

Kunnen wij als KVCV trachten aan de huidige malaise iets te verhelpen? In de negentiger jaren creëerde een werkgroep uit de sectie historiek en onderwijs een reeks Essays voor Chemie-Onderwijs. Tevens waren enkele demonstratie-namiddagen succesvol te noemen. Denkelijk hebben die inspanningen aan een aantal leraren nuttige informatie bezorgd. Maar na 2000 zijn deze activiteiten binnen de KVCV gestopt. Moeten we niet onze krachten bundelen en samen overleggen om de generatie die actueel is gestart een helpende hand toe te reiken?

Arsène Lepoivre


 

Echo’s uit de klas

  • Mijn kleinkind in het vijfde leerjaar vindt het niet leuk meer om dit trimester al drie nieuwe meesters te hebben.
  • Mijn kleinkind in het derde middelbaar moest de formules van anorganische zuren van buiten leren en vroeg aan de juf of in HNO3 het H-atoom aan het N-atoom vast zit en ze kreeg geen goed antwoord. (Deze juf is geen scheikundige van vorming en duidelijk zonder veel kennis van de scheikunde.)
  • Mijn kleinzoon uit het zesde middelbaar wist alleen nog dat het periodiek systeem een verzameling is van metalen aan de linkerkant en niet-metalen aan de rechterkant. Meer commentaar was daarbij niet gegeven.
  • Mijn gebuur, leraar aardrijkskunde, voelt zich niet gelukkig om dit jaar een paar uurtjes wiskunde bij te geven.
  • Mijn kleinkind van 15 volgde in de vorige twee jaren drie vakken onderwezen in de Franse taal. Nu al ‘durft’ ze met mij een conversatie in het Frans te beginnen, dat terwijl een ander kleinkind van 16 nog maar enkele woordjes kan stamelen! Proficiat aan deze pilootschool en hopelijk wacht men niet lang om dit project in meerdere scholen in te voeren.

 

Deel deze pagina

Masterclass Business Development & Innovation in Life Sciences:
d
onderdag 26 januari in Utrecht.

KNCV

De Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging (KNCV) vergroot de (vak)kennis van leden, bevordert de contacten tussen leden en behartigt hun belangen in hun werkveld en richting politiek en overheid. Werk, Onderwijs en Maatschappij zijn de speerpunten van het beleid. Ook maakt de KNCV zich hard voor de beeldvorming van de chemie buiten de vereniging.

NBV

De Nederlandse Biotechnologische Vereniging (NBV) is dé beroepsvereniging van professionals werkzaam in de toegepaste life sciences. De NBV wil professionele activiteiten en maatschappelijk verantwoorde beroepsuitoefening stimuleren. Daarnaast draagt de NBV bij aan een evenwichtige informatievoorziening over nut, belang en maatschappelijke betekenis van de biotechnologie.

NVBMB

De Nederlandse Vereniging voor Biochemici en Moleculair Biologen (NVBMB) is opgericht in 1927 en vertegenwoordigt de belangen van studenten en professionals in deze vakgebieden. De vereniging heeft tot doel het veld van biochemie en moleculaire biologie te stimuleren. 

Jong KNCV zoekt versterking!

Ben je lid van de KNCV en wil jij je professionele netwerk uitbreiden? Wil je samen met andere jonge chemici de KNCV vertegenwoordigen bij bedrijven en onderwijs­instellingen? Neem jij initiatief en bezit jij over organisatietalent? Dan is Jong KNCV op zoek naar jou! Mail je vragen of je sollicitatie naar ons!

Naar boven